2025 Corsica

Corsica is het Franse eiland dat alles lijkt te hebben: hoge bergen, ruige kliffen, pittoreske oude stadjes en de mooiste stranden. Je kunt er fantastisch wandelen en fietsen maar wij doen het liever met onze cabrio. Roadtrippen is ontzettend leuk om te doen want onderweg tref je gerust een ezel, varkens of een kudde geiten op de weg aan. Hieronder vertel ik, maar bovenal laat ik zien, waarom Corsica een plekje verdient op je bucketlist. 

Dag 1+2, op weg naar Toulon voor de overtocht

Het idee was in eerste instantie om in één dag naar Toulon te rijden. Alwaar het schip om 1900 uur zou vertrekken en, terwijl wij heerlijk liggen te slapen, ons naar Corsica zou brengen. Maar op aanraden van zwager Leo, een man die een gezonde hekel aan stress heeft, toch maar een dagje eerder vertrokken. Leo bedankt, want we reden vandaag van file naar file. En de regen waar de boeren zo blij mee zijn, maakte het ook niet gezelliger. Maar uiteindelijk aangekomen in de droevige omgeving van Lyon. Morgen belooft een veel mooiere dag te worden, 25 gr en zon en wat mooie droge bewolking. Dus we laten de tolweg rechts liggen en gaan via landschappelijk mooie wegen richting de boot.

 

Vanmorgen na een prima ontbijt om 0815 vertrokken richting Grenoble. Daarna Gap en Sisteron. En prachtige rit die grotendeels over de route Napoleon ging. Dat kleine mannetje van Corsica wist wel waar het mooi was. Mooie uitzichten, goede wegen en, zoals ik eerder al liet weten, prima weer. Het worst/kaas scenario met de eigen stoeltjes en tafel hebben we natuurlijk gelijk in praktijk gebracht. Anders zouden jullie misschien denken dat we wat mankeren. De temperatuur bij Toulon stond zelfs op 33 gr. Hef was vandaag wel zaak om de tijd en route in de gaten te houden, want die gasten blijven echt niet op ons wachten. Morgen arriveren we om ongeveer 0700 uur in de haven van Bastia. En gaan natuurlijk gelijk aan de slag om de uitgestippelde route in het noorden te rijden.

Dag 3, Cap Corse

Vrijdagmorgen 0700 uur eerst even een rondje gedaan in de Vieux Port van Bastia. Mooi licht en nog weinig mensen maken mij snel enthousiast. Daarna richting Erbalunga gereden langs een smalle kustweg. De vele motoren die we op de boot zagen haalden ons met grote regelmaat in. Maar met respect, want naast het vele bochten werk genieten ook zij van de prachtige uitzichten.

 

Daarna verder gereden en via een anderhalve auto brede weg Cap Corse overgestoken naar de westzijde. Hoe groen het daar was zien je wel aan de slingerweg op de foto. En wat kom je dan als enige tegen, een Hollander in een oud VW busje. Jammer genoeg zag ik pas dat het een Nederlander was na het enigszins moeizaam passeren.

 

Na het bezoeken van Nonza en de prachtige kustweg zijn we op zoek gegaan naar een shirt met lange mouwen. Niet omdat ik het koud had gekregen bij het zien van zoveel moois, maar vanwege de onbarmhartige zon. Het dicht doen van het cabriodak is zeker geen optie, maar verbranden van de armen op dag 1 ook niet.

Daara naar het huisje voor 2 nachten, niet een standaard ding, en ook wel lastig te vinden. Het bereik was in dit bergdorpje in de Balagne, zo heet deze streek, zo slecht dat er maar 1 foto van de voordeur was doorgekomen van de routebeschrijving. Maar gelukkig herkende een local dit al snel, en met wat a droite en a gauche of i.d. en ondersteund met wat armgebaren was het snel gevonden.

Dag 3/4, Speloncato sunset en sunrise

Na ongeveer tien kilometer bergopwaarts en bochten, bereik je een van de mooiste dorpen van Corsica, Speloncato gelegen in de Balagne. Dit kleine maar karakteristieke dorp, hoog op een rots op een hoogte van 570 meter, ontleent zijn naam aan het feit dat het is gebouwd op grotten die in de kelders zijn gegraven.

 

In de avond gelijk op pad voor de eerste foto's op mijn to do lijstje. Het uitzicht op Speloncato. En aangezien de zon pas om 2100 uur onderging hebben we deze dag optimaal benut. Hetgeen past bij mijn tegeltjeswijsheid, als je lange dagen maakt, leef je langer en heb je ook meer vakantie.

 

Om 0500 uur weer op pad voor een sunrise bij Speloncato. Op weg naar de juiste plek blokkeerde een kudde schapen nog de weg, overdag zie je er geen één, maar als je "haast" hebt staren ze in je koplampen. Met wat toeteren en passeerbewegingen kwam ik er langs. Als het strijklicht dan over het dorpje valt is het toch nog extra genieten.

Dag 4, rondrit door de Balagne

Na mijn sunrise bezoek aan Speloncato voor ons appartement in Occiatana lekker in het zonnetje ontbeten. Als in interesse hebt vertel ik graag het adres.

Vandaag staat een rondrit door de Balagne op de planning met hier en daar een dorpje. Deze route gaat over "Groene Michelin" wegen die ik lang van te voren heb uitgezocht, net als de viewpoints. Een prachtig afwisselende streek, en veel rustiger qua motorrijders dan langs de kustwegen.

 

De dag eindigde met een BBQ bij het dorpje Pigna. Wegwerkzaamheden gooiden bijna mijn viewpoint in de war, maar via een omweg had ik nog 300 meter speling. Je kunt niet alles plannen maar dit ging net goed.

Morgen (1 juni) vertrekken we naar Portu aan de westkust.

Dag 5, Van Occhiatana naar Portu

Zondag 1 juni zijn we via Calvi grotendeels langs de kust richting het zuiden gereden. Door wijngaarden, langs mooie baaien en ook langs steile afgronden. En uiteindelijk geëindigd in Portu/Porto, want de trotse Corsicanen hebben hun eigen schwung aan het Frans gegeven.

 

Nadat we onze spullen hebben afgezet in Cala di Sole, waar we overigens prima ontvangen werden door Philip uit Gent, zijn we gelijk op pad gegaan naar ons/mijn hoofddoel van deze reis. De Calanche van Piana. De Calanques (of Calanche in het Corsicaans) van Piana liggen tussen het dorp Piana en dat van Porto. Deze uiterst spectaculaire geologische formatie is gevormd door de erosie van een vulkanisch gesteente: porfiergraniet.

De bloedrode kleur draagt bij aan de uitzonderlijke kant van dit landschap, waar de kleuren van de zee, het bos en de rotsen een onvergelijkbaar beeld vormen. Morgen gaan we hier een wandeling door maken.

Dag 6, wandelen in de Calanques de Piana

Vandaag was het weer een stukje minder mooi, vergeleken met de strakblauwe luchten van de afgelopen dagen dan. Menig reiziger is positief jaloers op dit weer, waar ik wat vaker dan gemiddeld geluk mee heb. Ik koester dat geluk en beschouw het dan ook zeker niet als vanzelfsprekend.

 

Dus vandaag was het dus prima wandelweer. Na enig zoeken vonden we het begin van de Sentier de Muletier, het muilezelpad. Dit zou zo goed als vlak zijn, en dus goed te doen voor Annalies die nu bijna een jaar een nieuwe knie heeft. Bij de lokale VVV werken schijnbaar wat ezels, want de naam van de route kwamen we echt ergens tegen. En het pad was in het begin een zigzag op het kaartje. Meestal geen goed teken als je je mentaal hebt voorbereid op een vlakke wandeling. Maar het doorzetten van Annalies verdiende alle lof, al kostte het veel zweet en een enkele traan, maar ook leverde het een trots gevoel op.

 

De uitzichten in de Calanques zijn van een ongekende schoonheid, en daarom zijn we 's avonds nog even teruggegaan. De combinatie van een BBQ op locatie en het fotograferen van een zonsondergang gaan bijna een gewoonte worden.

 

Dag 7, naar Evisa en varen langs de Scandola

We zijn de bergen ingereden in de richting van het binnenland. Als ik mijn reizen voorbereid kijk ik altijd naar de hoeveelheid mooie wegen en dus routes die ik vanuit een overnachtings-adres kan maken. En één van de routes was richting Evisa en de Col de Vergio. De temperatuur liep deze dag al snel op naar 30 gr, en dan wisselen verbazing en bewondering bij mij elkaar snel af bij het zien van de fietsers die zwoegend een pas op rijden. Zo ontmoeten we 2 Italianen die deze keer bezig waren de GT20 te volbrengen. Het eiland staat bekend als een paradijs voor wandelaars, met de spectaculaire GR 20 als een van de beroemdste en meest uitdagende wandelroutes van Europa. Maar Corsica heeft ook een geweldige route voor fietsers: de GT 20. Deze tocht voert je langs de azuurblauwe zee, torenhoge rotsachtige bergen, door dichtbeboste gebieden, authentieke dorpjes en zelfs een woestijn. Het landschap is net zo gevarieerd als indrukwekkend.

De route is bijna 600 kilometer lang en kent een hoogteverschil van 10.000 meter. Deze geweldige route is opgedeeld in 12 etappes.

Maar je ziet ook echtparen die met volle tassen aan stuur en bagagedrager rondfietsen, vaak met trapondersteuning, een hoog tempo van de pedalen maar een snelheid die net genoeg is om niet om te vallen. Of dat ook gaat gelden, en niet omvallen dan, voor hun huwelijk blijft een vraag.

 

We hebben ook eindelijk gezien wat voor beestjes het geknor veroorzaken, het zijn kleine varkentjes die zich af en toe op de weg wagen. We hoorden dit wel eens als we ergens op een mooie plek een bakkie deden, maar hadden ze nog niet gezien. Wist alleen wel uit het meesterwerk Asterix en Obelix op Corsica dat er genoeg van deze beestjes moesten zijn en gelukkig zijn niet allemaal door Obelix aan het spit geregen.

 

In de middag hadden we een boottocht gepland. Er is geen manier om het Scandola natuurreservaat binnen te komen met de auto, en om te voet binnen te komen, moet je zeer hoge bergen oversteken, dus in de praktijk is de enige manier om van de pracht van deze kustlijn te genieten, door een boot te nemen.

De reis is de moeite waard en aan te bevelen, omdat je enkele van de mooiste kustlijnen ontdekt die op Corsica te vinden zijn. Vreemde rotsformaties komen uit de kristalheldere zee in de Golf van Girolata en de kustlijn is doorspekt met grillige inhammen en grotten.

Altijd mooi maar vooral ook later op de middag, als de rotsen de ondergaande zon opvangen. Afgezet tegen het blauw van de zee en de lucht, zijn de kleuren en vormen een buitengewoon gezicht.

Girolata is een ontoegankelijk dorpje in het Scandola natuurreservaat De prachtige omgeving, met het kleine dorp op een schiereiland omgeven door de zee en de hoge bergen oplopend in de beroemde rode rots van de regio, zorgt voor een zeer indrukwekkende schilderachtige locatie.

Er is een klein strand in Girolata en een altijd waakzame Genuese toren die boven het dorp uitsteekt. Beneden trekt een kleine natuurlijke haven kleinere jachten aan die de kust verkennen.

 

Dag 8, naar Ajaccio

Vandaag prachtige streek rond Porto Ota achter gelaten. Nog éénmaal door de Calanche en via de kustweg richting Ajaccio. Dat gaat bij mij nooit in een rechte lijn en ook lang niet altijd zonder ontmoetingen. Dit keer haalden we een Nederlandse camper in, die een rijtje auto's die meer haast hadden voorbij liet gaan, en waarvan ik mij afvroeg wat die witte kist op het dak allemaal kon. Door het rustige tempo wat we beiden hadden bleven bij elkaar in de buurt rijden, en waar wij even stopten voor een koffie op een mooie plek stopte de camper ook. Er bleek een alleen een dame uit te stappen die woonachtig was in Maastricht. Wij boden wat te drinken aan en voor we het wisten waren we een dikke 3 kwartier verder. We namen onze "problemen" even door, haar camper was eigenlijk een meter te lang, in onze cabrio was het met het zonnetje soms wel erg warm, kortom het waren luxe problemen. En beseften al gauw dat als je dit soort reizen kan en mag doen je toch al snel tot de 5% gelukkigste mensen op aarde behoort.

 

Het was mijn bedoeling om via Vico en de D4 richting Ajaccio te rijden. Maar helaas was er een route barrée en moesten we via de D1. Een stuk minder spectaculair, maar later zagen we waarom. Er waren zo op het oog wat aardverschuivingen geweest op de steile helling boven de D4. En als ik zie dat er hard aan wordt gewerkt om de boel te herstellen heb ik er al snel vrede mee.

 

Het werd steeds bewolkter en dat paste ook wel bij de sfeer in Ajaccio. Niet heel veel bijzonders voor ons. Wat ook niets voor ons zou zijn was het cruiseschip dat in de haven lag. Wij vonden al dat we meer Duits dan Frans in de stad hoorden, en dat kwam waarschijnlijk door dat het schip Aida(punkt).de op de zijkant had staan. Even googelen leerde ons dat er 6000 gasten op het schip kunnen. Stel dat wij zo'n cruise ergens mee zouden winnen zijn de kaartjes bij ons gratis af te halen. Wij cruisen liever over en door het land.

Dag 9, Sartène en op weg naar Levie

Vanmorgen na een ontbijtje op het balkon met uitzicht op een bouwplaats vertrokken richting Sartène. Deze, overigens prima, overnachting net buiten Ajaccio was puur bedoeld om de afstand even te breken.

 

Sartène noemen de kenners het meest Corsicaanse stadje van Corsica, en dat er veel smalle straatje en trappen zouden zijn. En dat klopt wel, en is ook de reden waarom in deze step zoveel foto's in de portretstand zijn geschoten. Je ziet anders alleen maar muren.

Sartène zelf is een gezellig stadje waar de tijd, net als de motorfiets al een tijdje stil staat. Of de uitbouwtjes aan de gevels de toiletten zijn of waren ben ik niet achter gekomen. Ventilatie was wel op orde bij de meesten.

 

Daarna op weg naar Levie, gekozen vanwege de centrale ligging t.o.v. de diverse dingen die ik hier in de streek wilde zien. En één daarvan was het Bavella massief. Dus bij aankomst even de spullen naar binnen gegooid en de 18 km de berg op gereden naar Village de Bavella. En zo zie je maar weer dat je dingen gewoon moet doen, en uitrusten doen we thuis wel. Want we vielen met ons neus in de spreekwoordelijke boter, een prachtig wolkendek aan de noordzijde van de Col de Bavella. Veel mooier gaat het hier niet worden, dacht ik.

Dag 10, de Bavella route

Om 04:30 ging de wekker, dat is nog 20 minuten eerder dan op een, voor mij, normale werkdag. De reden is natuurlijk de zonsopkomst op de Col de Bavella, en aangezien de zon om ongeveer 05:50 opstaat, en de 18 km de pas op niet vergelijkbaar is met de polderwegen thuis, moet je op tijd vertrekken. Onderweg kruisten nog 2 moeflons de weg, in hoog tempo de steile helling af en aan de linker zijde storten ze zich weer naar beneden, dit alles op een kleine 50 mtr voor de auto. Het mag duidelijk zijn, geen tijd voor een foto. En voortaan hou ik het cabrio-dak maar dicht op dit soort tripjes, je zal er maar één op je schoot krijgen.

 

Op de plek waar ik gisteravond was, had ik gisteren nog even bekeken, moest rechts voor mij de zon gaan opkomen. En zowaar was ik niet alleen, 4 Frans sprekende dames zaten ook al klaar voor hetgeen dat zou komen.

En gelukkig vielen de puzzelstukjes op hun plaats, de wolken nog in het dal, de lucht mooi gekleurd en de zon netjes op tijd op de juiste plek. Ik hou er wel van als een planning lukt.

 

Na het ontbijt, want jullie snappen wel dat Annalies niet mee was, hebben de de route gereden richting Solenzara. Helaas was en bleef het wat bewolkt tot aan de zee, warm was het wel, dus daar maar even verkoeling gezocht in het kristalheldere water. De weg langs de kust, richting Porto Vecchio, is slaapverwekkend, maar de D59 over de Col de Bacino, op weg naar Levie weer prachtig. Die is zo lang en steil dat we er, misschien om die reden, geen wielrenner hebben gezien.

 

Die avond was op de Col de Bavella het uitzicht minder spectaculair, maar na gisteren kon dat eigenlijk ook niet anders. Maar ja, als je thuis blijft hou ik toch het gevoel van stel dat ...........

 

Dag 11, Bonifacio

Vandaag stonden Bonifacio en Porte Vecchio op de planning. Over de laatste zal ik kort zijn, is niet ons stadje. Maar over Bonifacio zijn we wel enthousiast, tuurlijk is het toeristisch, tuurlijk is het druk, en zeker zijn de parkeerterreinen vol. Maar als je je niet laat verleiden naar de Parking die op 3 kwartier lopen van het stadje ligt, parkeer je naast het kerkhof op P6 voor nog geen €5,-.

 

Maar goed, eerst naar het uitzichtpunt dat in de morgen tot 1200 uur goed licht geeft op de witte kliffen waarop het stadje is gebouwd. Het stadje ligt boven op een massieve rots, 80 meter boven zee. Doordat de rotswand uit het zachte krijtgesteente bestaat, heeft de zee diverse merkwaardige uithollingen in de wanden uitgesleten, en de flatgebouwen bovenop worden bedreigd door instorting en zijn sinds 2022 ontruimd. Daarna, na het parkeren, naar de oude stad met vele smalle straatjes, een doolhof van overkapte gangen, arcades en dicht tegen elkaar liggende huizen. Een gezellige drukte bij nog net aangename temperaturen van zo'n 27 graden. Lijkt me in juli of augustus toch minder leuk.

 

Na het bezoeken van het stadje hebben, op onze manier, geluncht met uitzicht op de stad en daarna kort Porto Vecchio bezocht. De planning was om Bonifacio ook 's avonds, bij ondergaande zon te fotograferen dus wij ons plekje weer opgezocht voor het, naar mijn mening, mooiste uitzicht. Het werd een latertje, want na het laatste shot moesten we volgens Google Maps nog een 5 kwartier terugrijden naar Levie. Maar dat is overdag al niet te doen, want waar je 80 mag rijden wij maximaal 50 km/h. Maar in het donker, spiedend naar de bermen om op tijd te kunnen remmen voor dieren, en alleen een witte soms vage witte belijning in het midden reden we maximaal 30 km/h. En dan is de D59, die overdag prachtige uitzichten biedt, toch een erg lang en inspannend. Met alle lichten, die onze auto te bieden heeft, aangezet spotten we toch nog een vosje.

 

En zoals dat heet, vermoeid maar voldaan, doken we om 2330 uur ons bedje in. Morgen maar even geen zonsopkomst.

Dag 12, Cinque Terre, laatste dag

Na de late thuiskomst gisteren hebben we vandaag een minder vroege start gemaakt, met als doel een rustige dag. Ik heb, in de voorbereiding, een route uitgezet via landelijke mooie, de Groene Michelin, wegen. Er waren er ook aardig wat ten westen van Levie en ook een aantal cols en die hebben we vandaag bereden. Maar ook waren er leuke dorpjes, van een enkele heb ik wat sfeerbeelden geschoten. Maar de dag werd toch spannender dan van te voren gedacht.

 

Op een moment zegt mijn dashboard dat het binnenkort tijd is om te gaan tanken. En dat is maar goed ook, want meestal ben ik op zoek naar mooie plaatjes. Dus tegen de route in naar Quenza gereden, een beetje dorp heeft toch wel een benzinepomp dacht ik. Quenza niet, maar wel een prachtig uitzicht op het Bavella massief, dus dat maakte het uitstapje niet helemaal zinloos.

Google gaf aan dat er 37 km verder, maar wel bijna op mijn route een pomp was, en ook open. Op 1e Pinksterdag niet onbelangrijk. Maar ik had goede hoop dat er in Aullene, een wat groter plaatsje, wel een pomp zou zijn die zich alleen nog niet bekend had gemaakt bij Google. Nee dus, maar een weg terug was er ook niet meer. Dus dan maar door, Aulenne uit ging lekker naar beneden, dus auto in z'n vrij en rollen maar. Maar dat duurt op Corsica nooit zo heel lang en al snel werd het stijgen. En dat duurde lang, erg lang, en het werd stil in de auto. Heb ook even overwogen Annalies er uit te zetten, tenslotte helpen alle beetjes in zo'n geval. Maar dan gaat de komende week 1250 km naar huis rijden niet heel gezellig worden.

En wat was ik opgelucht dat ik de top van de Col de la Tana haalde, en nog blijer dat de resterende 13,1 km naar beneden ging. Dat wist ik toen nog niet, maar elke km die ik dichter bij het doel kwam zou ik minder hoeven lopen met een jerrycan. 

 

Omdat ik onderweg weinig oog had voor het landschap, er waren andere zorgen, hebben we de route teruggereden en enigszins aangepast. En dat was het absoluut waard.

Dus de moraal van dit verhaal, ga tanken als de meter op half staat en je het gebied niet kent, het kost niets meer, maar scheelt je een hoop stress en een natte rug. Morgen gaan we volgetankt richting Corte.

Dag 13, op weg naar Corte

Vandaag weer een verplaatsing zoals dat heet. Op weg naar Corte rijden we over diverse bergpassen zoals Col de Verde. Die heet niet voor niets zo, want hoewel de weg prachtig en lang is rij je voornamelijk door het groen. Wij kunnen met onze ogen de kloven en bergen door alle stammen heen zien. Onze hersenen maken van alle losse beelden die wij om de bomen heen registeren een film. Net als in de eerste tekenfilms. Maar hoewel ik redelijk handig ben met de camera kan ik daar naar jullie toe niks mee.

 

Na Ghisoni had ik gekozen voor de D344 en natuurlijk niet voor de kortste weg naar ons volgende adres. Hoewel dat wel Corte heet bedenk ik me nu. De D344 is een prachtige weg, open, smal en langs een rivier, eentje waarin we nu wel water horen stromen, en soms ook zien. Want woest kolkende rivieren zijn er hier in juni ook niet veel meer van.

 

Van varkens hebben ze er hier wel veel. En lopen ook vrij over de wegen. Inmiddels zijn we sporenlezers en poep-kenners geworden. Aan de hand van de uitwerpselen op de wegen lezen wij het naderende risico op varkens, dan wel koeien op de weg. Dan is het niet spannend meer want bij het naderen gaan ze netjes aan de kant, behalve als ze net aan het voeden zijn. Maar ook wij vinden het niet fijn om gestoord te worden tijdens het eten, dus alle begrip daarvoor.

 

Op de Col de Cardo viel het ons op dat er hier bijna nergens borden staan met stijgingspercentages. Terwijl op het vaste land van Frankrijk al bij een daling van 4% een melding krijgen. De hellingen hier zijn met een regelmaat ruim 40% maar bordjes, dacht het niet. Gelukkig hebben we een automaat en die regelt het allemaal zelf wel. Op de D343 was dat hard nodig, maar daar kregen we ook uitzichten voor terug om van te smullen.

 

Dag 14, roadtrip Corte e.o.

Omdat ik vaak opzoek ben naar mooie plekken kijk ik ook naar foto's van anderen. En één die mij op viel was een zonsopkomst bij de Citadel van Corte. Dus jullie raden het al, de wekker ging weer om 0500 uur. Na best lang wachten kwam de zon over de tegenover gelegen bergen. Jammer dat de apps bedoeld om de zonsopkomst te plannen hier geen rekening mee houden.

 

Maar goed, na mijn dingetje gedaan te hebben ben ik nog even het oude Corte ingelopen.

Wat was dat een verrassing, en één vol kleur en één zonder mensen, lees toeristen. Want voor leveranciers van vlees, brood en groente moest ik toch af en toe de statiefpoten inklappen. Aan het einde van de dag nog even teruggegaan om te laten zien dat het geen decorstukken waren. Dus met toeristen in de foto, want zo mooi is het.

 

Na het ontbijt een tour gemaakt ten⁷ noorden en oosten van Corte. Schitterende weggetjes en ontelbare dorpjes, vaak gelegen op plekken die alleen een landschapsarchitect zou kunnen bedenken. Moet mezelf inhouden om ze niet allemaal op de foto te zetten. Buiten het feit dat ik daar niemand een plezier mee doe, ik zou de tour minstens moeten halveren qua tijd. Maar eerst zijn we een stukje, een 7km ongeveer, de Restonica vallei ingereden. Dit kon niet verder ivm de stormschade van november 2024. Het deel dat we hebben gezien is al prachtig, de rest schijnt nog mooier te zijn.

 

Eerder schreef ik al dat ze hier geen melding maken van hoe steil een helling is. Waar ze hier ook anders over denken zijn vangrails. Zeker als je op de landschappelijk mooie wegen kom, waarnaar ik altijd op zoek ben. Vaak zijn het wat stenen in de rand van het asfalt geplakt, houden niks tegen maar geven een indicatie hoe de bocht loopt. Maar heel vaak is er niets, en gelukkig heeft Annalies het vertrouwen opgebouwd dat ik op tijd ga insturen. Maar ik kan mij voorstellen dat niet iedereen dit soort wegen leuk vindt. Eigenlijk zijn er alleen muurtjes of vangrails als de kans op ongelukken groot is of er een investeringsbereidheid was van de lokale overheden.

Op het einde van de middag geef ik Maps de opdracht om de kortste route naar onze tijdelijke woonplaats te vinden. De D316 moet je dan niet volgen. Of je moet met een SUV met 4x4, verhoogde bodemvrijheid en lier onderweg zijn. En dat zijn er hier best veel.

Maar dat waren wij niet. En nu zijn er best veel kwalitatief wat mindere wegen waar af en toe een stuk asfalt mist, of een steen op de weg ligt, waar je omheen moet laveren. Maar op de D316 is het zo dat de ontbrekende stukken asfalt op de eerder genoemde wegen hier de enige zijn die er liggen. En als positief ingesteld mens zeg ik dan dat het straks wel beter gaat worden. Maar ik heb uiteindelijk toch maar besloten om honderden meters achteruit te rijden, want keren op dit soort wegen is sowieso geen optie, met als doel ons cabriootje weel heel thuis te brengen.

 

Dat ze hier een hekel hebben aan de Fransen van het vasteland is ook duidelijk geworden. Het zwart spuiten van de plaatsnamen in het Frans is nog redelijk onschuldig. Maar we kwamen ook borden tegen met kogelgaten. Op één van de foto's zijn ze zelfs behoorlijk groot.

 

Morgen nog een laatste dag op het prachtige Corsica en dan 's avonds weer op de boot vanuit Bastia naar het volgende deel van onze roadtrip.

 

Dag 15, de laatste dag op Corsica

Vandaag rustig alles ingepakt voor de laatste dag op Corsica. Om 1930 uur vaart de boot de haven van Bastia uit, dus we hebben nog een volle dag om te genieten van het deel dat we nog niet hebben gezien. En ik zei vandaag nog in de auto, we hebben toch al veel gezien en weer worden we verrast. En dat is Corsica, een enorme diversiteit, in bomen, in planten, in landschappen maar ook in architectuur. En dat op toch een relatief klein eiland.

Nu helpt het ook wel als het weer een beetje meezit. En zoals vaker zal het heel veel meer dan een beetje mee. Sommige zullen denken dat wij de zon in Ierland dan wel Schotland nog gaan laten schijnen. Ik hoop het de komende jaren te gaan bewijzen.

 

Op het kaartje kun je zien dat we de cirkel op Corsica mooi rond hebben kunnen maken. Nog wat laatste viewpoints kunnen afvinken en op naar het volgende deel van onze reis.

Dat zal gaan vanaf Toulon, richting Ezé en Menton en dan naar het noorden via de Route des Grand Alpes. Als we dan toch in de wijk zijn .....

Dag 16, Ezé en de Route des Grandes Alpes

Na aankomst van de boot in Toulon was het langer wachten dan de vorige keer. We stonden, met nog een tiental andere auto's in de boeg van het schip maar dan dwars, 90 graden dus. En voor dat je dan van het schip af ben ben je snel een uurtje verder. We zullen maar zeggen dat niet iedereen even handig is met en rangeren van auto's.

 

Maar ook nu scheen de zon weer, dus op weg naar Ezé. Een dorpje dat al wat langer op mijn lijstje stond, en aangezien we er nu maar 169 km voor hoefden te rijden nu maar gelijk meegepakt.

Het dorpje zelf is klein, stijlvol en met prachtige kleuren en planten. Maar begrijpelijk en tegelijkertijd ook jammer genoeg daarom heel bekend bij Instagrammers. Dus vele bezoekers hadden hun zondagse kleren aangedaan om zo netjes mogelijk op de foto te gaan. Dus enig geduld en af toe de mensen aankijken met blik van, "denk je nou echt dat ik jou op mijn foto wil hebben", helpt om de foto's zonder mensen te maken. En in tegensteling tot Corsica kwamen we hier ook weer Aziaten en Amerikanen tegen. Troost is dan wel dat de Amerikanen door de huidige koers van de dollar flink in de buidel moeten voor iets te eten of te drinken. Nu is het in Ezé sowieso geen plek voor koopjesjagers. Maar wel mooi en warm.

 

Daarna op weg naar de Route des Grandes Alpes. Een tocht die begint bij de Col de Ezé en via Monaco en Menton richting het noorden gaat. Je snapt het, niet de snelste maar wel een mooie route richting huis.

Op voorhand heb ik geprobeerd een tijdsschema te bedenken om te kijken waar we zouden gaan overnachten. Het werd Roubion, maar door het bezoek aan Cote d'Azur werd het op een gegeven moment toch nog een race tegen de klok. Want we moesten ons voor 1900 uur melden op ons adresje voor de nacht.

De route er naar toe is in één woord spectaculair. En wat ben ik blij dat Annalies geen last van wagenziekte en hoogtevrees heeft. Want dan hoef je hier niet naar toe.

Door de tijdsdruk wat minder beelden kunnen maken dan ik zou willen. En uiteindelijk om 1845 uur aangekomen in Roubion Haute Village, waar we hartelijk werden ontvangen in B&B Le Rupicabra.

 

Morgen gaan we weer verder naar deel 2, dan zullen we overnachten in Valloire. Een dorpje dat aan de voet ligt van de Col de Galibier, de col die in vele jaren het dak van de Tour wordt genoemd.

Dag 17, Route des Grandes Alpes, deel 2

Na het ontbijt was het tijd voor onze laatste dag van deze geweldige roadtrip. Via diverse spectaculaire Alpen-passen, dorpjes die ik alleen maar ken als wintersport plaatsen en wielrenners die naar beneden sjeesden trokken we naar het noorden. 

 

Een route die in de dalen bloedheet was, we kregen de vraag of ons openstaande cabrio-dak stuk was, tot heerlijk verkoelend op passen boven de 1500 meter. Ik denk dat de beelden voor zich spreken. 

 

Aan het einde stond de Col du Galibier op ons te wachten, de laatste pas bergop van deze reis, en zelfs 2642 meter hoog. En met dit mooie weer en einde van de dag de perfecte plek om onze reis af te sluiten met een, voor ons kenmerkend, worst-kaas scenario.