2020 IJsland

Een kleine impressie van onze rondreis door IJsland

Dag 1

Halsoverkop vervroegd afgereisd naar IJsland op de dag voor de quarantaine verplicht werd. En op een, qua weer mindere dag, het voor velen bekende rondje gedaan langs Thingvillir, Stokkur en Gullfoss. Het begin van onze 12 daagse rondreis over schitterend IJsland.

Dag 2

Tindfjöll Circle hike in Thorsmork. We vetrokken met de bus van Reykjavik Excursions vanuit Hvolsvöllur naar Thorsmork. Via een aantal rivieren te hebben doorwaadt kwamen we aan bij de Vulcano Huts. Wij hebben de tocht tegen de klok in gelopen. Via een kleine overgang voorzien van trappen kwamen aan de rivierbedding. Na een uurtje stevig doorlopen begon de pittige klim naar het uitzichtpunt.  Na volop te hebben genoten van het uitzicht gaat de tocht via groene hellingen weer terug. De uitzichten zijn hier minder spectaculair. Met de klok mee gaat wel geleidelijker omhoog. De tocht duurde ruim 5 uur.

Na de wandeling in Thorsmork was het inkopen doen en zijn we naar het Skogar Hostel gereden. Voor de avond stond de 11 km verder gelegen DC-3  op het zwarte strand van Sólheimasandur gepland. Tijd voor de Skogar waterval was er helaas niet meer.

Een eindeloze zwarte desolate vlakte ligt voor je als je parkeert, het landschap lijkt kilometers lang niet te veranderen. Dan zie je opeens een vliegtuig afsteken tegen het donkere landschap. Zo bizar! Het is het DC-3 plane-wreck in IJsland!
In de avond van onze hike in de Thorsmork had ik me als doel gesteld dit vliegtuig te fotograferen tijdens zonsondergang. De planning gemaakt, locatie en tijdschema bepaald, en dan maar hopen op een mooie zonsondergang. Door Corona en het late tijdstip waren en maar een paar mensen. Dus dat was mooi.
In november 1973 maakte de DC-3 van de United States Navy een noodlanding op het zwarte strand van Sólheimasandur vlakbij het plaatsje Vík, in Zuid-IJsland. Wat er aan de hand was is niet duidelijk geworden, wel overleefden alle inzittenden de crash. Het vliegtuigwrak is nooit weggehaald, en dus kan je ‘m vele jaren later nog steeds bewonderen in het uitgestrekte vulkanische gebied. Het vliegtuig is niet meer intact, maar juist dat maakt het nóg mysterieuzer!
We zijn ruim een uur aan de slag geweest met het steeds veranderende licht, wolken en kleuren.

 

Dag 3

Dyrhólaey is een klif in het uiterste zuiden van IJsland. Het ligt ongeveer 5 kilometer vanaf het plaatsje Vik. De omgeving van Dyrhólaey is vooral bekend vanwege de prachtige kliffen en van de rotspartijen die uit het water steken. Vanaf de kliffen kun je genieten van een fantastisch uitzicht.
Ik was er voor zonsopkomst in de hoop een mooi rode lucht te kunnen fotograferen zoals de avond ervoor bij het vliegtuig. Maar je kunt niet altijd 6 gooien. De dreigende lucht en werken met een grijsfilter voor een lange sluitertijd heeft toch ook wel z'n charme.
Reynisdrangar zijn basalt zeestapels gelegen onder de berg Reynisfjall nabij het dorp Vík í Mýrdal, in het zuiden van IJsland dat wordt omgeven door een zwart zandstrand dat in 1991 werd gerangschikt als een van de tien mooiste niet-tropische stranden ter wereld.

Vanuit Vik stopte we onderweg op verschillende plaatsen om het Eldhraun te bekijken. We reden tientallen kilometers door dit bijzondere landschap op weg naar Fjaðrárgljúfur. Het Eldhraun lava veld op IJsland heeft een dikte van ongeveer 12 meter en is volledig overgroeid met mos. De lava is tijdens een uitbarsting van de Laki in 1783 in Eldhraun terecht gekomen.

De Fjaðrárgljúfur is een kloof in het zuiden van IJsland, iets ten westen van het plaatsje Kirkjubæjarklaustur. Door deze kloof stroomt de kleine Fjaðrá rivier die even verderop in de rivier Skaftá uitmondt.
De Fjaðrárgljúfur is een groene kloof. Hij is wisselend breed, ongeveer 100 mr hoog en 2 km lang. Je kunt er aan de rechter (oostzijde) langs lopen en er zijn diverse uitzichtpunten.
Na eerder op de de dag de kloof te hebben bezocht met de lastige naam ( zie mijn vorige bericht) zijn we nog even voorbij ons volgende overnachtingsadres gereden. Foss á Siðu (waterval bij Siðu) is een 30 meter hoge waterval die zo’n 15 km ten oosten van Kirkjubæjarklaustur aan de ringweg ligt.
De waterval wordt gevoed door een klein meertje, genaamd Þórutjörn, dat ligt op de top van de klif.
Kerken zijn er in alle soorten en maten. Dit is de kerk van Núpsstaður, een van de kleinste kerken van IJsland en misschien wel van de wereld. Het is een turfkerk gemaakt als de oude IJslandse traditionele boerderijen.

Dag 4

22 Augustus 2020: Vanuit de Horgsland Cottages vertrokken richting Skaftafell. Bij Haoldukvisl even gestopt voor een mooi uitzicht op de gletsjers. Ongelofelijk hoe laag deze hier in het landschap nog afdalen.

De Svartifoss, wat ’zwarte waterval’ betekent, is een bijzonder fraaie waterval omgeven door kolommen van zwart basalt. Een wandeling van 1 à 1½ u heen en terug vanaf het bezoekerscentrum is zeker de moeite waard.

Na een wandeling van ¾ uur vanaf de Svartifoss Waterval zijn we naar de Skaftafellsjökull gletsjer gelopen. Skaftafell ligt aan de zuidkust van IJsland tussen de plaatsjes Kirkjubæjarklaustur en Höfn.
Sinds 2008 is het gebied, dat zo’n 1700 km² groot is, onderdeel van het nationaal park Vatnajökull. Het landschap hier is gevormd door de erupties van de vulkanen onder de Öræfajökull gletsjer.
De Vatnajökull is de grootste gletsjer van IJsland en de op een na grootste van Europa.
De vallei Mörsárdalur, de berg Kristinartindar, de waterval Svartifoss en de gletsjer Skaftafellsjökull zijn in dit park te zien.
Het gletsjermeer Fjallsárlón, waarin vele kleine ijsbergen drijven, ligt aan de voet van de gletsjer Fjallsjökull. Deze gletsjer is een onderdeel van IJslands grootste gletsjer, de Vatnajökull.
De lagune is veel kleiner dan de naastgelegen Jökulsárlón, maar je hebt je een beter zicht op de rand van de tong waar de ijsbergen in het water vallen.
Via een klein riviertje stroomt het water van het gletsjermeer naar zee. Vanaf de ringweg is het meer niet te zien. Je rijdt er makkelijk aan voorbij. Het meer ligt zo’n 11 km ten westen van Jökulsárlón. Er staat een bordje bij een zijweggetje net over (of voor) het riviertje.

Diamond Beach vind je aan de zeezijde van het gletsjermeer Jökulsárlón in het Vatnajökull National Park. Op het strand spoelen brokken ijs aan afkomstig van de Breidamerkurjökull gletsjer. Het zwarte zand en de mooi afgeronde zwarte stenen zorgen voor een prachtig plaatje. Met behulp van een grijsfilter heb ik er long exposure foto's van gemaakt.

Jökulsárlón ligt ten zuiden van de Vatnajökull gletsjer, tussen het Skaftafell en het stadje Höfn, en is het bekendste en grootste gletsjermeer in IJsland. De ringweg loopt er vlak langs, het is goed toegankelijk. In het meer drijven witte, lichtblauwe en door vulkanisch stof grijs en zwart gekleurde ijsbergen rond. Ze hebben de meest uitlopende vormen. Het ijs wordt door de wind of stroming meegedreven tot ze vast komen te liggen op de bodem van het meer. Hier smelten en breken ze tot kleinere stukken. En vervolgens drijven ze af, via de slechts 1500m lange rivier Jökulsá á Breiðamerkursandi, naar zee.
Nog steeds 22 Augustus 2020: Na over een prachtige weg met geweldige landschappen richting Höfn te hebben gereden zijn we aan het einde van deze fantastische dag naar de Vestrahorn gereden. Steile kliffen die oprijzen aan de rand van een lagune, pieken tot 454 meter hoog en zwarte zandstranden rondom, dat is Vestrahorn. Dit gebergte ligt op het schiereiland Stokksnes.
Vestrahorn, samen met de Kirkjufell-berg op Snæfellsnes in het westen van IJsland, is waarschijnlijk de meest gefotografeerde berg op IJsland. De foto’s worden vaak gemaakt in de buurt van het radarstation. Het strand van Stokksnes is privéterrein. Er dient entreegeld betaald te worden. Van dit geld onderhoud de landeigenaar de weg.

Dag 5

Djúpivogur is een plaatsje in het oosten van IJsland wat we even aandeden. Daarna namen we de Oxipas, een onverharde en steile weg maar met een simpele 2WD prima te doen. Het weer werd daar somber, dus eigenlijk geen inspiratie gehad voor een mooie foto van de pas.
Wij overnachten in Seyðisfjörður, dit is is een klein stadje in de Oostfjorden van IJsland en ligt aan het einde van een fjord met dezelfde naam. Er zijn veel watervallen in de buurt van het stadje, want het wordt dan ook langs drie kanten omringd door bergen. Verder heeft het plaatsje een kerkje, dat vanwege zijn kleur ook wel de Blauwe kerk wordt genoemd.

Dag 6

Na voor de 2e keer op IJsland te zijn getest op Covid 19, dit keer in Egilstadir zijn we weer op gegaan richting het westen.
In de Jökuldalur-vallei in Oost-IJsland bevindt zich een prachtig ravijn die tot voor kort bijna niemand kende, Stuðlagil Canyon.
Lange tijd was het verborgen onder water totdat de waterkrachtcentrale Kárahnjúkavirkjun werd gebouwd en de waterstroom in de gletsjerrivier Jökulsá á Dal, oftewel Jökla, extreem werd verminderd. Door het dalen van het waterpeil kwam een schitterende ravijn met basaltkolommen tevoorschijn. Volgens sommige de grootste en mooiste op IJsland.
Na Studlagil zijn we verder gereden richting Krafla. Eerst door een weids en eenzaam landschap met prachtige vergezichten. Bij Krafla komt de zwavelgeur keihard binnen en is in het begin even wennen.
Een stukje verder ligt Hverir, wat ’hete bronnen’ betekend, is een kleurrijk gebied met stoompluimen, solfataren, fumarolen en kokende modderpotten. Een werkelijk geweldige plek om een aantal uren rond te lopen en je te verwonderen.
Hverir ligt op de oostelijke helling en aan de voet van de Námafjall (432 m). Vanaf deze ’berg’ heb je een mooi uitzicht over de omgeving. Op de hellingen zie je veel zwavel liggen. Vroeger (tot 1940) werd de zwavel hier gewonnen en vanaf de haven van Húsavík naar Denemarken verscheept. Daar werd het gebruikt om buskruit van te maken.
Het gebied is zeer gemakkelijk te bereiken omdat het direct naast de ringweg ligt, 6 km ten oosten van Mývatn. Maar pas goed op als je door dit gebied wandelt, de grond is hier en daar bros, je kan er doorheen zakken en jezelf branden.

Heb je wat meer tijd in IJsland en doe je ook het noorden aan? Dan kun je beter even je geduld bewaren en naar Myvatn Nature Baths gaan. Hoewel het water wat minder blauw is en het allemaal wat kleiner is maakt het uitzicht het meer dan goed. Wij waren er met de avondschemering wat een adembenemend uitzicht gaf.

Dag 7

Na de middag hiervoor in Namafjall te hebben gefotografeerd en ‘s avond lekker te hebben gebadderd in de Myvatn Nature Baths, was ik vast van plan de zonsopkomst tussen de stoompluimen, solfataren, fumarolen en kokende modderpotten te gaan vastleggen. Dus ‘s morgens om 0500 uur op pad om er ruim voor de zonsopkomst te zijn. En ik was de enige die zo “gek” was en dus ik had het hele gebied voor mijzelf. De ochtendnevel, de oranje gloed van de opkomende zon, het staalblauw van de lucht. Maar ook de schaduwen van de stoompluimen op de berg Namafjall, de ochtend kou, maar ook mijn warme voeten door de actieve aarde onder me. En als alles dan meezit, en je hebt nog een hele dag voor je in het noorden van IJsland, dan geeft dat een fantastisch gevoel. Ik probeer jullie een beetje van dat gevoel mee te geven door het laten zien van mijn foto’s.

Hverfjall (of Hverfell), wat hete-bronnen-berg betekent, is een kegelvulkaan van 312 m hoog en het heeft een diameter van ongeveer 1 km. Op de 140m diep gelegen bodem ligt een kleine as heuvel. De vulkaan is ongeveer 2500 jaar geleden in een aantal dagen ontstaan. De lava koelde vrijwel onmiddellijk af toen het in aanraking kwam met het water, hierdoor ontstond het fijn gruis waarmee de ringvormige vulkaan is opgebouwd.De kraterwand is te beklimmen en een wandeling over de kraterrand levert fraaie vergezichten over de omgeving meer op.

Mývatn wat ’muggenmeer’ betekend, is een meer in het noorden van IJsland dat ligt in een zeer actief vulkanisch gebied.Het meer, wat een beschermd natuurgebied is, is het op drie na grootste meer van IJsland. Het heeft een oppervlakte van ongeveer 37 km² en is op het diepste punt bijna 4,5 m diep. Er liggen zo’n 50 eilandjes in het meer. De temperatuur in het meer is vrij hoog door de ondergrondse warmtebronnen.Het meer bevriest in de winter dan ook nooit helemaal. Hierdoor groeit er langs de oevers een weelderige vegetatie. ’s Zomers, op windstille dagen, komen vele muggen uit het water. Deze muggen zijn zeer irritant maar steken niet. Omdat er vele muggenlarven en vele vissen in het schone water voorkomen, wordt het gebied het hele jaar door druk bezocht door diverse vogels. Na het meer hebben rond gereden zijn we richting Husavik gereden.

Na het muggenmeer naar Husavik gereden. Laat in de middag stond de walvis-tour gepland. Aan het weer gaat het niet liggen.

Een bezoek aan Husavik is niet compleet zonder Walvis-tour. Wij hadden laat in de middag geboekt om in het gouden uur het mooiste licht te hebben. Het weer zat gelukkig mee dus nu moesten alleen de dieren nog acte de présence geven. We waren met slechts 14 mensen op de boot van de Gentle Giants en de "jagers" staan meteen op scherp om te zee af te speuren naar een walvis. Na een uurtje varen begonnen wij toch ook naar de lichaamstaal van de gids te kijken. En die leek toch ook niet heel zeker van z'n zaak. Vertelde toch steeds vaker dat het toch dieren blijven en dat we gelukkig niet alles in de hand hebben. Maar uiteindelijk kwam het goed, al was het er maar één.

Dag 8

Vanuit Husavik zijn we richting het westen van IJsland gereden. Een bezoekje aan Godafoss daarbij niet ontbreken. De Goðafoss, wat ’Godenwaterval’ betekend, is een waterval in de rivier Skjalfandafljót en is ongeveer 30m breed en 12m hoog.
Het Lavaveld waar deze rivier doorloopt is 7.000 jaar oud en komt van de schildvulkaan Trolladungja.
De waterval heeft zijn naam te danken aan de hoofdboer van Ljósavatn (een boerderij in de buurt van de waterval). Toen hij thuis kwam van de jaarlijkse vergadering van het Alþing, in het jaar 1000, heeft hij de afgodsbeelden uit zijn tempel op deze plaats in het water gegooid. Er was namelijk besloten het christelijke geloof aan te nemen.
De waterval ligt in Mývatn district in centraal-noord IJsland aan het begin (of eind) van de Sprengisandur route die dwars door het binnenland voert.