De reizen vallen wat kort achter elkaar maar hier kunnen we wel aan wennen. Dit keer is de planning om via Baskenland en de Flysch kust naar de Picos te rijden. En van daar dwars door de Pyreneeen richting Andorra. Dat het ook bij mij wel eens anders gaat dan gepland kun je hieronder lezen en bekijken.
Vanmorgen al om 03:45 vertrokken en Annalies was er zelfs als eerste uit. Dat komt niet vaak voor, maar als ze op reis mag is niets te gek. Gelukkig voor mij is ze, net als ik, een echte liefhebber van reizen.
De weersvoorspellingen voor vandaag waren uitdagend te noemen, er werden temperaturen rond de 40 graden voorspelt in en om Bordeaux. Toen ik om 05:45 stond te tanken in Kortrijk, voor de niet "topografisten" een stadje op de grens van België met Frankrijk, was het nog donker maar wel 25 graden. Maar Frankrijk in bleef het netjes tussen de 20 en 25 gr dus prima.
Door de vroege start, en daar door geen vertraging rond Antwerpen en Gent, waren we al om 10:45 een 650 km ver. Het weer was prima, en hebben we besloten de tolwegen te verlaten en het Franse land te bekijken. Natuurlijk met het dakje open en hier een daar een klein uitstapje in een pittoresk dorpje.
In ons (lees: mijn) enthousiasme in het kiezen van de route waren we om 15:00 uur nog steeds een 3 uur rijden bij ons overnachtings-hotel, net ten zuiden van Bordeaux, vandaan. De temperatuur was inmiddels opgelopen naar een 38 gr en dan is het ook tijd om het dak van de auto weer dicht te doen. Dus hebben we de soms Toscaans ogende landschappen en inmiddels door de tijd van het jaar depressief uitziende zonnebloemen achter ons gelaten. Maar snelwegen zijn in die streek schaars, dus waren we pas om 18:00 uur in ons B&B hotel. Waar de airco ons gelukkig met open armen heeft ontvangen.
Na een uitgebreid ontbijt – het soort waar je twijfelt om te luisteren naar je smaakpapillen of je verstand als je denkt aan die derde croissant– reden we de tolweg op richting San Sebastián. De Franse tolwegen zijn keurig, breed en voorzien van borden die je met veel overtuiging vertellen dat er nog maar “slechts” 231 kilometer te gaan is. Je betaalt hier voor de rust en de kwaliteit, en eerlijk gezegd: het is het waard.
San Sebastián, of Donostia zoals de Basken het noemen, is een elegante stad aan een hoefijzervormige baai, beroemd om haar gouden stranden, belle-époque gebouwen en… pintxos. De oude binnenstad (Parte Vieja) is een doolhof van smalle straatjes vol barretjes, waar het ene plankje met hapjes nog verleidelijker oogt dan het andere. Normaal gesproken is het er al levendig, maar vandaag was het helemaal feest: 15 augustus, Maria-Tenhemelopneming, een nationale feestdag in heel Spanje en dus ook in Baskenland.
De locals vieren het met muziek, processies en vooral: samenkomen. En omdat dit Baskenland is, hoort daar eten bij dat niet onderdoet voor een Michelinmenu. Het strand van La Concha lag intussen gezellig vol. Gezinnen, stelletjes, vriendenclubs… allemaal op zoek naar de perfecte plek voor hun handdoek, wat natuurlijk altijd precies dáár is waar iemand anders net wil gaan liggen.
Na wat rondslenteren, een paar pintxos en een heerlijke Café Americano, aan Cappuccino's deden ze hier niet, reden we verder richting Zumaia. Hier begint de beroemde Flysch-kust: een geologisch wonder dat eruitziet alsof Moeder Natuur een paar honderd lagen steen in lange, strakke vellen heeft opgevouwen en recht de zee in heeft geschoven. Deze rotsformaties, ontstaan door miljoenen jaren van sedimentafzetting en tektonische krachten, vertellen het verhaal van 60 miljoen jaar aardgeschiedenis. Geologen worden hier lyrisch van, maar ook zonder geologische kennis is het adembenemend mooi.
Als je er bij kan komen. Want in Zumaia zelf werd ons dat knap onmogelijk gemaakt. Ik hoop alleen vandaag door de feestdag, maar ik denk dat ze morgen om 0500 uur zich meer zorgen maken om hun kater dan een gekke Hollander die toch gewoon voor het plaatje gaat
Vanmorgen stond ik om 0600 uur bij het Ermita de San Telmo in Zumaia. Het lijkt op een kerkje en ligt aan de rand van de kliffen, boven het strand van Itzurun. Gisteren geprobeerd wat vooronderzoek te doen, maar de borden die duidelijk maakten dat zo beetje elke straat die naar het enige interessante dat dit dorp te bieden heeft alleen voor inwoners is waren in grote getalen aanwezig. Maar mijn theorie dat de handhavers hoogstzelden gelijk met mij aan het werk gaan klopte. Dus gewoon naar boven gereden en de auto neergezet waar ik een gat zag.
Waarom was ik daar?
In de Spaanse gemeente Zumaia bevindt zich een aparte rotsformatie, die verticaal de zee in loopt. Dit bijzondere fenomeen noemen ze ook wel flysch formaties. Nu helpt het enorm als de zon z'n best een beetje doet. Maar vanmorgen was het onweer dat ik kreeg voorgeschoteld. Dus met een, voor de liefhebbers, sluitertijd van 30 seconden de lens bij herhaling opengezet en zowaar heb ik een 2 tal bliksemschichten weten vast te leggen. Naast nog wat beelden om te laten zien waarom dit hoog op mijn lijstje stond voor deze reis.
Dus daarna richting het ontbijt. En dat was weer een oh ja moment. Waar we eerder in Andalusië, in het zuiden van Spanje, verschillende keren een heel karig ontbijt geserveerd kregen, is het hier niet veel beter. Hoewel de gepureerde sinaasappel-smurrie, mijn vermoeden is nog steeds inclusief schil, in Ronda toch wel het dieptepunt was.
Omdat de bewolking zo dik was dat er aan de kust weinig te beleven was zijn we naar Bilbao gereden. En ook daar was er weer een feest aan de gang. Maar dan een beetje groter dan in San Sebastian. In Bilbao is het momenteel Aste Nagusia, ook wel bekend als de Grote Week of Semana Grande. Dit is het belangrijkste feest van de stad, dat negen dagen duurt en begint op de eerste zaterdag na 15 augustus, de dag van Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming. Tijdens deze week zijn er concerten, vuurwerkshows, straattheater en traditionele feesten. Het kwam bij over als Koningsdag en de Pride op één dag. Voor ons betekende het vooral, vanaf een terrasje, ongegeneerd mensen kijken en commentaar geven. Wie heeft dit niet als hobby.
De Camino del Norte komt ook door Bilbao zoals blijkt uit een tegel die we zagen in de oude wijk Casco Viejo, dit traject van de Camino start in Irún aan de Spaans-Franse grens en eindigt, na 825 km, in Santiago de Compostela.
De foto's van het bijzonder gevormde Guggenheim museum zijn door gebrek aan zonlicht niet geworden zoals ik voor ogen had. Dus heb er een andere invalshoek aan toegevoegd met behulp van de drone. Daarom vanaf een rustig plekje, na het wegklikken en accepteren van de verschillende verantwoordelijkheden en beperkingen, de DJI laten opstijgen.
Morgen gaan we de regio in, na 17000 stappen door Bilbao wil ik wel weer eens wat groens zien.
Vanmorgen de wekker gezet maar met een wolkendek van 80% en kans op regen ben ik weer teruggegaan. Jammer dat de opgedane kennis over eb en vloed niet in praktijk kan worden gebracht, want die heb je nodig als de Flysch kust in beeld wil brengen. Althans in een vorm die mij beelden oplevert waar ik een WOW gevoel van krijg. Daarbij komt dat ik mij wel eens energieker heb gevoeld. Waarschijnlijk een virusje dat ik via kleindochter Elin heb mogen oppikken. Maar als ik het van eentje kan hebben dan is zij het wel.
Vanmorgen gekozen voor een omelet als ontbijt. Denk ik toch gauw aan 2 spiegeleieren op toast, wat bacon en als het een feestdag is met wellicht wat fris groen. Maar je voelt het al aan komen, een 3 cm dikke taartpunt met de kleur van ei maar met de smaak van een koude aardappel.
En ze weten hier echt wel wat lekker is. Pintxos zijn kleine hapjes, vergelijkbaar met tapas, die vooral populair zijn in het Baskische land, Spanje. Ze bestaan vaak uit een stukje brood belegd met diverse ingrediënten, die met een prikker of satéprikker bij elkaar worden gehouden. Pintxos zijn een belangrijk onderdeel van de Baskische cultuur en worden vaak gegeten in bars en tavernes.
Zoals aangekondigd zijn we vandaag de Groene Michelin wegen van het Baskenland gaan verkennen. En groen zijn ze niet alleen op de kaart, ook in het echie is dit deel van Spanje erg groen. Soms denk je aan de Ardennen, dan weer aan groene Alpenweiden. Dat groen krijg je niet als het nooit regent, en vroeger ( Inmiddels kan ik zeggen, "toen was ik er ook al") kwamen de depressies uit de Golf van Biskaje. En laat die hier nu voor de deur liggen.
Maar vandaag hadden we tijdens de rit zuidelijk van Azkiotia een droge dag, lekkere temperaturen en ook regelmatig zon. Dus moest ik toch even aan de kust gaan kijken hoe het daar was. En of er kansen waren op een mooie zonsondergang. En de voorbode was al te zien toen we de schilderachtige weg (3210) naar Deba namen. Mist, 10 graden koeler en onze BBQ afgesloten met een regenbui. Ook dat is Baskenland.
Of nog zoiets: de taal, het Euskara. Met veel x’en (die je uitspreekt als tsj) en lange, vaak voor ons onuitspreekbare woorden. Het hoort allemaal bij de eigen identiteit van de Basken, ongeacht of ze Spaans of Frans zijn. Ik vind het echt een Asterix & Obelix taal. En inderdaad, het Baskisch is onbegrijpelijk, een taal met vooral veel x’en en z’en en meerdere medeklinkers aan elkaar vastgeplakt. Er is geen plaatsnaam die je zonder fouten in Google Maps opzoekt
Wat de komende dagen gaan brengen qua weer laten we maar even op ons afkomen. Morgen gaan we bergen opzoeken en slapen we in Brez. De Picos de Europa is een bergketen in het noorden van Spanje, onderdeel van het Cantabrisch Gebergte, waarvan het het hoogste deel vormt. De bergketen ligt zo'n 20 km ten zuiden van de Spaanse noordkust. Hopen dat dit ver genoeg weg is voor zee-mist.
Las laatst dat er weer een satelliet gelanceerd gaat worden die het weer nog beter en langer van te voren gaat voorspellen. Ik kan niet wachten.
Vandaag vertrokken richting het westen met als doel Brez, een bergdorpje in de Picos. Het weer was Engels, dus mist en een miezerregen. Dus dat beloofde niet veel goeds. En dat werd het ook niet.
Na een paar uurtjes door het Noord Spaanse landschap te hebben gereden, dat als je door de mist heen kijkt en je fantasie gebruikt oprecht heel mooi is, kwamen de berichten binnen dat de bosbranden toch ook de Picos hebben bereikt. Dus voor de lokale supermarkt het internet afgeschuimd, de verhuurder geappt en de hulplijn thuis gesproken.
Volgens de verhuurder had de regen goed geholpen om de rook te verminderen en er was geen gevaar. Maar dat overtuigde mij allerminst om door te rijden. Dus het besluit werd snel genomen en we gingen voor veiligheid en om weg te rijden van het vuur.
Uit eindelijk in Pamplona een hotel geboekt en een plan gemaakt voor de komende 6/7 dagen. Of we het geld terug krijgen van de Booking.com en AirBNB organisaties, geen idee. Maar minder spannend voor ons.
Na het bestuderen van de weerkaarten en brandhaarden in beeld te hebben gebracht hebben we gekozen voor 2 adressen in de omgeving van de Lot en de Tarn. Voor de beeldvorming, want ik wist het ook niet, een 385 km Frankrijk weer in. Om dan na 6 dagen, via de inmiddels in de familie bekende Mexico -constructie, de route weer op te pakken die ik bedacht heb voor de Pyreneeën. Achterliggende gedachte is dat we de Pyreneeën niet voor niets hebben ingepland, maar dat je er met slecht weer weinig tot niets aan hebt. Wie wil weten hoe het Mexicootje werkt, die laat dat maar even weten.
Dus morgen richting het noorden, voor een rij-dag niet erg dat het weer wederom Engels aandoet. Onderweg naar beter hopen we dan maar.
Na een ontbijt in het AZZ Pamplona Norte, scheelt 1 letter maar is er een stuk rustiger, waarvan ik zeg "zo heurt het" vertrokken richting het noorden. Oja, in de ontbijtzaal van het AZZ liep een Nederlands echtpaar binnen waarvan wij spontaan Duits begonnen te praten. Een stel met een uitstraling en eetgewoonten waar je plaatsvervangende schaamte van krijgt als je ook Nederlander bent. Dus toen wij de zaal uitliepen zei ik "Komm Annaliese, wir gehen ein kuil graben" (met dank aan de Kruidvat reclame).
De route die wij reden legden vele Camino deelnemers in omgekeerde richting af. Gelukkig voor hen, maar ook voor ons, was het droog en een prima temperatuur om te lopen. Voor ons de kans om het dakje weer eens open te klappen.
Aangezien we pas om 1700 uur mochten aankomen in ons volgende verblijf heb ik gekozen voor een route zonder snelwegen en dus ook geen tol. Dus al snel doken we Frankrijk in en gelijk valt het dan op dat de architectuur in Spanje praktisch genoemd mag worden. Oftewel heel veel mensen op de vierkante meter, dus flats en flats en nog eens flats. Want de Fransen hebben, en dat zie je gelijk, volop pittoreske dorpjes, iets wat in Spanje wellicht met heel goed zoeken kan worden gevonden.
Het weer werd grijzer dan je zult vinden in een gemiddeld bejaardentehuis, dus het werd nog best een lange rit. Dus zijn we uiteindelijk rond 1800 uur aangekomen in Fumel aan de Lot. Waar we hopen dat we het grijs snel kunnen inruilen voor "a Lot of sun". Aan de enthousiaste tips van huiseigenaar Michaël zal het zeker niet liggen
Aangezien deze streek compleet nieuw voor ons is, was het vanmorgen nog even Googelen. Zo kwam ik al snel tot een lijstje van 16 mooie dorpjes, waarvan een 6-tal zelfs in de lijst van Les Plus Beaux Villages de France staan. Dit is een onafhankelijke organisatie in Frankrijk, die op basis van kandidaturen, de dorpen in Frankrijk aanwijst die zij de mooiste vindt. In combinatie met de tips van de huiseigenaar hebben we besloten voor i.i.g. Pujols en Saint-Cirq-Lapopie te gaan. Als er tijd over zou zijn pakken we wel wat in de buurt ligt mee.
Het weer was droog, de temperatuur als van een mooie Hollandse zomer en steeds vaker liet de zon zich zien. Kortom, we hadden een prima start van de dag. Eerste dorpje was Pujols, niet groot, lekker rustig, wel mooi en het type dorpje waar wij vrolijk van worden.
De afstanden in dit land zijn wel van een ander kaliber dan in Nederland. En nu heb ik ooit geleerd dat Frankrijk het op 1 na grootste land van Europa is, en ik weet ook wel dat er in die jaren door een aantal wat landje pik is gedaan, maar in Frankrijk ben je altijd wel een poosje onderweg, De landschappen maken dit overigens wel dragelijk, maar de lijst van 16 dorpjes gaan we in 2 dagen niet halen.
Tweede dorpje is Saint-Cirq-Lapopie, leuke naam voor een nog leuker dorpje. Ligging is ronduit magnifiek, staat van onderhoud superbe en de stijl is vol caractère. Een dreigende regenbui gaf nog wat extra cachet aan de beelden, jammer alleen dat het niet alleen bij dreigen bleef. Rustig was het er niet, maar lag ook wel aan onze timing.
Op de terugweg, want het was inmiddels tegen 1800 uur, nog 2 kleine bijvangsten gedaan. En daarna de inmiddels beroemde BBQ tevoorschijn gehaald op een locatie waar ik het drone filmpje heb gemaakt. Maar helaas accepteert Jimdo alleen foto's.
Voor ons is het duidelijk dat als je van mooie dorpen houdt je niet in Spanje maar in Frankrijk moet zijn. Ze zijn niet sterk in het bouwen van betrouwbare auto's, of ze heel goed zijn in het maken van wijn kan ik als klein verbruiker niet beoordelen, maar wat zijn ze goed in het behouden van hun erfgoed. Krijg het bijna niet uit mijn strot, maar wij zijn inmiddels wel liefhebbers geworden van dit land.
Morgen gaan we weer wat meters maken, hopen dat het weer net zo mooi is als vandaag.
Het was wel weer een stuk rijden naar Rocamadour, maar wat was het de moeite waard. Eerst nog even langs Chateau de Bonaguil, een aanrader volgens de verhuurder maar lastig in beeld te brengen vanaf de grond. En om er achter te komen dat je na het opklauteren van een glibberig bospad nog steeds geen vrij zicht hebt, dan komt de drone handig van pas.
Toen verder richting Rocamadour, vanuit ons overnachtingsadres nog altijd een stuk dichterbij dan vanaf thuis. Dus doorpakken maar, en dan komen er op het laatst steeds meer plekken in de bermen waar al eerder auto's hebben gestaan. En dan weet je dat er iets te zien moet zijn.
Rocamadour was aanvankelijk niet meer dan een halte op de bedevaartsroute naar Santiago de Compostela, maar het dorpje groeide gaandeweg uit tot een belangrijk bedevaartsoord op zich. Al heb ik de indruk dat dit vooral voor toeristen het geval is. Rocamadour bestaat eigenlijk uit drie lagen: het eigenlijke dorp aan de voet van een heuvel, de kerk en de kapellen iets hogerop en het kasteel bovenaan de heuveltop. Van een afstand lijkt het daarom alsof Rocamadour op een verticale rotswand werd neergepoot.
Wij zijn tot bovenaan gereden, de knie van Annalies was daar tot voor kort het excuus voor. Maar die gaat zo goed dat het gewoon voor mijn gemak (lees; luiheid) is. Wel naar de onderste laag gelopen, maar decadent met de 2 liften naar boven gezoefd.
Om zoveel mogelijk, in slechts 2 dagen, van de streek te zien, zijn we zuidelijk naar Cabrerets gereden. Langs de wegen zagen we niet alleen prachtige natuur, maar ook hoe de mens zijn huizen deels in de rotsen heeft gebouwd.
Wat ook opviel tijdens de vele kilometers die we inmiddels hebben afgelegd zijn de herfstkleuren, dus hoe dat komt heb ik even opgezocht.
De bomen vertonen nu al zulke herfstige taferelen omdat ze last hebben van de droogte. "Om te voorkomen dat ze sterven van uitdroging laten ze de vruchten vaak al vroegrijp vallen en kleuren de bladeren al rood en oranje".
"Bladeren verdampen water als het te droog wordt", legt een bioloog uit. Als het te droog is, moeten bomen uitdroging door die verdamping voorkomen. "Dan kun je beter je bladeren afgooien en niet uitdrogen en dus overleven."
Na ons appartement netjes te hebben achtergelaten zijn we op pad gegaan richting ons volgende adres, het 5e welteverstaan. We lieten na wat kleine omzwervingen als gevolg van wegwerkzaamheden de Lot aan zijn lot over. Maar als de tijd en de gezondheid ons gunstig gezind is komen we hier vast nog wel eens terug, echt een aanrader. Als je wilt weten waar je dan het beste kunt zitten stuur je me maar een berichtje.
Over de rit van de Lot naar de Tarn valt niet zo veel te vertellen, tot we bij het dorpje met de lekkere korte naam Saint-Antonin-Noble-Val aankwamen. Prachtige kleuren aan de gevels, levendige terrassen en leuke doorkijkjes. De vrees of we het droog zouden houden was met de dreigende luchten gegrond. Maar wonder boven wonder hebben we geen druppel gezien.
Aansluitend pakten we nog een stukje van de Gorges van Aveyron mee op weg naar Penne. Wel één van de dorpjes die de lijst hadden gehaald om te bezoeken vanuit Gaillac, waar ons volgende overnachtingsadres is gevestigd. En aangezien we op het vorige adres er flink wat hebben moeten schrappen dacht ik, je kan deze alvast maar in de tas hebben. Het weer was inmiddels wel wat somberder, maar zo'n dorpje zou zelf met regen zijn charme en karakter behouden.
Morgen staan er nog 5 op de lijst, de weersvoorspelling kan niet beter. Dus de wekker zetten en lekker op pad.
Vandaag stond in het teken van de dorpjes en die lagen dit keer lekker dichtbij. Het eerste dorpje op slechts 13 km, de cabrio zal zich hebben afgevraagd wat hem overkwam.
En omdat wij redelijk bijtijds aankwamen in Castelnau-de-Montmiral was het nog lekker rustig. Dus geen mensen hoeven wegkijken als zij in mijn composities stonden. Het dorpje had vele heerlijke doorkijkjes en een prachtig pleintje. En gelegen op een heuveltop met 360 gr zicht rondom. Tijdens de honderdjarige oorlog handig om de vijand te zien aankomen, nu alleen leuk voor de grijze dan wel kale brigade.
Het volgende dorpje heet Puycelsi, kreeg bij de naam een beetje Pools gevoel, maar het dorpje heeft meer kleur dan ik verwacht van Polen. Vakwerkhuizen zien we hier vaker en deed qua ligging niet onder voor het vorige.
Het 3e dorp in de rij was er één waar je wel heel graag naar de top moet willen, Cordes-sur-Ciel. Wat een enorme klim naar het hoogste punt was dat. Een klim die Annalies ook halverwege heeft afgebroken. Toch was er voor mij na elke bocht of hoek weer iets dat me verder dreef. Iets wat mij aantrekkelijk leek en me toch weer verleide om verder te klimmen. En gelukkig was dat de moeite waard. Hier was het wel nodig om geduld te hebben om de foto redelijk toeristenvrij te kunnen maken. Maar dat kwam voornamelijk door het gebrek aan snelheid van bewegen dat de mensen op deze heuvel konden generen.
We eindigden de dag in Albi, een studentenstad met een levendig winkelgebied. Buiten de kathedraal, die werd gebouwd tussen 1282 en 1480 en één van de grootste bakstenen gebouwen van Europa is, was er weinig te genieten. Hoewel de bruggen over de Tarn ook wel genoemd mogen worden.
Morgen gaan we de Tarn stroomopwaarts volgen, niet tot de bron want de Tarn is 380 km lang.
Zoals gepland zijn we de Tarn gaan bezoeken, ontdekken gaat wat ver, dat hebben ze honderden jaren geleden al gedaan. Ik heb gekozen om op de snelle manier zover mogelijk te rijden, dus via de snelweg en hoofdwegen, en dan met de stroom mee terugzakkend naar Gaillac. Ook wel weer eens lekker om harder dan 100 km/h te rijden, in de regel halen we amper de 60 km/h, maar dan zie je ook wat, en kun je de ankers uitgooien als je een mooi plaatje ziet.
Op een al mooi gedeelte voor we bij de Tarn waren deden we even een bakkie, in ons geval klapstoeltjes uit, thermosfles met heet water en de oploskoffie, lekker koekje erbij en een zonovergoten mooi uitzicht. Kortom, wij zaten op onze manier te genieten, en alvast te fantaseren over ons pensioen. En net als je denkt, mooier gaat het niet worden, stopt er een Fransman in zijn auto en begroet ons hartelijk in het Engels. Dus als ik al bijna Francofiel geworden ben, en de Fransen Engels gaan kletsen dan moeten we wel een witte Kerst gaan krijgen.
De Tarn eenmaal bereikt doemt er al snel weer zo'n middeleeuws dorpje op met bijpassende ruïne. Dus met gevaar voor de enkelbanden, want geschikt maken voor mensen met rollators of rolstoelen hebben ze nooit aan gedacht, hebben we Brousse-le Chateau bezocht. We waren trouwens nog bezig met stroomopwaarts te rijden, dit gevoed door het vlotte verloop van de reis oostwaarts.
De hellingen werden steiler en hoger, of de rivier lag steeds dieper, je mag het zelf zeggen. En omdat we tegenwoordig echt nergens meer zonder stroom kunnen of willen zitten, ik ben lid van beide teams, staan hier ook irritante hoogspanningsmasten met bijbehorende draden. Ook hiervoor was de drone handig omdat ik daarmee over de kabels heen kon kijken. Wel donders goed opletten en niks raken want anders ligt ie in de eerder genoemde laag gelegen rivier.
Bij Ambialet, inmiddels op de terugweg, hadden we genoeg gezien van de Tarn en besloten we in Castelnou-de Montmiral de BBQ te ontsteken. En natuurlijk een zonsondergangetje en een mooi verlicht dorpje mee te pikken. Dat had ik de dag ervoor al bedacht, en dus zo geschiedde.
Daarmee zit ons ongeplande deel van de reis er op en rijden we morgen weer richting de Pyreneeën voor het geplande deel van de reis.
Door de bosbranden in Noord Spanje hebben we gekozen voor een enigszins ongebruikelijke route naar de Pyreneeën. Maar uiteindelijk konden we naar de start van de lang van te voren zorgvuldig bedachte traject.
Om niet weer 6 á 7 uur door Franse dorpjes te crossen, waar de rond point en de ralentisseurs (verkeersdrempels) er zeker voor zorgen dat je niet harder dan 30 km/h wilt gaan, hebben we gekozen voor de tolweg. Alleen moest ik even een ruimer boogje om Toulouse maken i.v.m. een milieuwet, zou toch € 68,- boete op kunnen leveren, en 2 weken van te voren een sticker aanvragen blijkt 8 weken van te voren te moeten. Is maar dat je het weet.
Maar onder Tarbes hebben we weer de landschappelijk mooie wegen opgezocht, en wat zijn de Pyreneeën dan toch echt anders dan de Alpen. Al met al waren we toch pas weer tegen 1700 uur op ons overnachtingsadres.
Een chambre d'hôtes, en ik had eigenlijk geen idee wat dat inhield. Maar blijkt een soort Franse B&B te zijn waar je gebruik mag maken van de keuken en/of met de familie mee eet. Zag er aan de buitenzijde indrukwekkend uit, en ook binnen was de kwaliteit van de kamer heel goed.
De middag temperatuur was inmiddels opgelopen naar een gemene 33 gr. Dus voor de inmiddels traditionele BBQ een plekje aan de in de nabije omgeving gelegen rivier gezocht. Je kijkt op Google Maps satelliet, je kiest een plekje en de route planner zegt hoe je er komt. Het gevoel dat we er kregen was een soort Out of Africa light, varken (lees; hamburger) op de braai, wilde rivier aan ons voeten, krokodillen op heel ruime afstand. Volgend voorjaar gaan we dit in het echie doen.
Morgen staan de eerste Pyreneeën Cols gepland, de weerberichten zijn onheilspellend, maar ook weer niet zo dat we onze All Season banden nodig zullen hebben.
Vanmorgen in de woonkeuken van het chambre d'hôtes een lekker ontbijtje, klaargemaakt door de heer des huizes, verorberd. Het zicht naar buiten was op zijn zachts gezegd beperkt, het miezerde en dus bleef het dak van de auto dicht. Maar aangezien de automatische wissers nauwelijks in actie kwamen, en ik Annalies overtuigd had van de aerodynamische werking van onze auto, mocht het dak open. De eerlijkheid gebied te zeggen dat we tussendoor het dak ook wel eens even dicht hadden.
De Col de Marie Blanque was de eerste col die bedwongen moest worden. Dat deden niet alleen wij maar ook een fiks aantal wielrenners, maar bij een zicht dat zo slecht was dat je ze soms pas op het laatste moment zag. En dan verbaas je je dat ze dan geen verlichting voeren, zoveel seconden zal het gewicht van zo'n lampje toch ook niet kosten. Maar goed, zonder een fietser geraakt te hebben zijn we de pas overgekomen. Of er mooie uitzichten waren, geen idee. Alleen onderaan de pas kregen we, soms maar een paar minuten wat blauwe lucht en wat bergen te zien. Op de pas hadden we evenveel zicht op bergen als in de Flevopolder, nul dus.
Maar er gloor hoop aan de horizon, het werd lichter bij de start van de Col de Aubisque. De Col op rijdend werd het zicht steeds beter, en op een gegeven moment ontstegen we de bewolking die als een pluk watten in het dal bleef liggen. Al verder klimmend kwamen wij lekker in de zon en in de dalen aan beide kanten van de pas bleef het bewolkt. Dus daar lekker de tijd genomen om te fotograferen en te filmen met de drone. Want naar beneden rijden, de pluk watten in, was het niet aantrekkelijke alternatief.
Over de Col du Soulor kunnen we kort zijn, ongeveer even kort als het zicht. Niet gezien. Enige doel daar was tussen de bergwand en de witte strepen op de weg te blijven. Uit het feit dat ik dit zit te schrijven kun je concluderen dat dit gelukt is.
Om dat we tegen 5 uur al in Luz-Saint-Sauveur waren, de plaats waar ons volgende hotel staat, besloten we de nabij gelegen Col du Tourmalet (2115 mtr) op te rijden. Mede gedreven dat we daar weer zonlicht zagen, en we graag een BBQ met uitzicht in het zonnetje bezigen.
Nu is dit deels gelukt, want op het moment dat de etenswaren het stadium van eetbaar begonnen te naderen, kroop ook de bewolking met een enorme snelheid tegen de berg op en zette ons in een 20 seconden volledig in de mist en kort daarna in de regen.
Als campers in spé, alleen om te huren hoor, zijn we de auto ingedoken met hetgeen we konden redden van de braai. Maar nog voor we ons bordje leeg hadden klaarde het al weer op. Zo snel kan het gaan in de bergen.
Het verdere maal snel klaargemaakt en opgegeten want het onweer rommelde al in de verte.
De afdaling naar het hotel was weer uitdagend, oftewel dikke mist, donker door het naderende onweer en de belijning op de weg die niet overal consequent was toegepast. Maar als je je aanpast aan de omstandigheden lukt het bijna altijd om je doel te bereiken.
Morgen deel 2 van de Pyreneeën en gaan we weer eens slapen in Spanje.
Vanmorgen vertrokken met flinke opklaringen richting de Col du Tourmalet, maar dat zegt helemaal niks zo bleek al snel. Bijna boven had de regen ons al ingehaald en met veel geduld heb ik nog een paar spaarzame opklaringen kunnen vastleggen. De kleurcontrasten zijn dan erg sterk, en dat maakte het geduld waard.
De route ging verder over de Col d'Aspin waar een toertocht met klassieke motorfietsen, vooral motoren van het merk Nimbus, voorbij kwam. Die zullen, net als wij ook wel hebben gehoopt op beter weer.
De Col de Peyresourde en de Col de Portillon waren qua weer niet beter of zelfs natter. De lunch die we 's morgens hadden ingekocht hebben we dus maar als campers in onze auto genuttigd.
Maar één ding is zeker, de routes die we door de Pyreneeën hebben gereden zijn ronduit geweldig, en als je goed zicht hebt en een zonnetje zelfs uitmuntend. De wegen zijn perfect, de dorpjes vol karakter en het gedrag van de medeweggebruikers respect vol. Dus wij zijn zeker van plan deze route nogmaals een keer te doen, maar dan wellicht de andere kant op. De Pyreneeën verdienen dat.
Door de weinige stops waren we al om 15:30 in Hotel Garona in Salardu (Spanje). Morgen hebben we een korte rit naar Andorra, onze laatste stop voor we weer naar huis komen. Verbetering van het weer verwachten ze hier zaterdag pas. Dus ben zelf ook benieuwd wat ik komende dag nog te vertellen zal hebben.
Het stuk van Salardu naar Andorra was verassend mooi maar met wisselende weersomstandigheden. In Andorra hebben we overnacht maar, mogelijk door het effect van het laatste Spaanse ontbijt, heb ik de resterende 2 dagen een innige relatie met de WC pot onderhouden. Die beelden wil ik jullie besparen.
Dus zoals jullie op het kaartje van Polarsteps kunnen zien hebben we een meer dan behoorlijk tour gemaakt.